"Haast je langzaam." (Latijns gezegde)

Gepubliceerd op 4 maart 2026 om 08:02

'Hasta Santiago?' 'Sí.' Cuantos kilómetros?' 'Mille, más o menos.' 'Buena suerte y buen camino.' 'Gracias.' Mijn eerste 'buen camino', in de vroege ochtend voordat ik Sevilla achter me laat.

De eerste dagen zijn altijd even wennen. Mijn rugzak zit niet goed en mijn schouders protesteren. Ik verstel de banden zodat hij beter op mijn heupen rust en niet aan mijn schouders trekt.

Hij is ook zwaarder dan anders omdat er onderweg op de Via de la Plata  op veel etappes niks te krijgen is, zodat je eten en water (minstens 1,5 liter) mee moet nemen. 

Ik begin rustig, heb geen haast en de tijd dus waarom zou ik etappes langer maken dan ze zijn. Ik wil ook de dorpjes ontdekken waar ik doorheen kom, een biertje drinken op het terras met andere pelgrims en mijn lichaam de tijd gunnen om te herstellen, want ik heb nog heel wat kilometers voor de boeg.

Beetje bij beetje hervind ik ook weer het ritme van de camino. Opstaan rond 6:00 uur, snel ontbijtje in de herberg of in een bar, als die al geopend is, en rond 7:00 uur vertrekken. Totdat de zon opkomt loop ik in de koelte en geniet telkens weer van de magie van de opkomende zon over de dehesa's en de weilanden waar ik doorheen wandel. Aangekomen in de herberg is het douchen, kleren wassen en naar de supermarkt om eten voor de volgende dag te kopen. Daarna tijd voor sightseeing, en wat schrijven. Bijna iedereen ligt vroeg in bed. Het leven is in al zijn eenvoud terug te brengen tot wandelen, eten, slapen en gezelligheid. Meer is er niet en meer heb je niet nodig. Alle problemen in de wereld zijn even ver weg.

Spanje zou Spanje niet zijn zonder de siesta's en fiesta's en je moet hier zeker rekening mee houden in de dorpjes onderweg. Het Spaanse platteland is vredig, veilig en de mensen vriendelijk en behulpzaam.

Voor de rest gaat alles in mijn eigen tempo. Neem ik de tijd om de natuur in me op te nemen, bewonder ik de schilderachtige witte dorpjes waar ik doorheen kom, luister ik in de vroege uurtjes naar het concert van de vogels en volg stap voor de stap de route die aangegeven is met gele pijlen.

Soms geven andere pelgrims je een camino naam. Ik kreeg van een Duitser de naam Speedy Gonzales waar ik erg om moest lachen. Hoewel ik best een goed wandeltempo heb loop ik toch een stuk langzamer in de hitte met 12 kg op mijn rug dan thuis door de Biesbosch, maar blijkbaar toch nog sneller dan de Duitser. 

Inmiddels heb ik Andalusië achter me gelaten en ben aangekomen in de regio Extremadura. De eerste honderd kilometer zit al in de benen, langzaam zonder haast, met een beetje spierpijn hier en daar en nog 889 kilometer te gaan tot Santiago en het restje naar Finisterre.

Buen camino.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.