"Hoewel pijn onvermijdelijk kan zijn, is het de reactie op pijn die ons definieert." (Tim Fargo)

Gepubliceerd op 18 maart 2026 om 12:19

Ik loop niet lekker. De pijn is nog draaglijk, maar komt volkomen onverwacht opzetten. Er is niks te zien en als ik er niet op steun voel ik nergens pijn maar zodra ik ga lopen doet het zeer, bij elke stap en dan wordt het ineens afzien. Er komt geen eind aan, ook al is het nog steeds maar vijfentwintig kilometer. Een afstand die ik normaal met twee vingers in de neus loop. Mijn tempo heb ik al meteen losgelaten, aankomen is nog het enige dat telt. Ik krijg een luid applaus van de andere wandelaars, die al op het terras zitten, als ik eindelijk Valdesalor heb bereikt. Paracetamol en active gel helpen niet, want de volgende dag red ik het nauwelijks om met mijn rugzak op bij de bar te komen voor het ontbijt.

Hoewel ik niets liever wil dan doorwandelen en het slechts twaalf kilometer naar Cáceres is, lijkt het me nu niet verstandig om mijn enkel nog meer te belasten en ik vraag de mevrouw van de bar om een taxi voor me te bellen. Een uurtje later ben ik ingechecked in een klein pension, centraal gelegen in deze prachtige stad, die op de werelderfgoedlijst van Unesco staat. In tegenstelling tot Valdesalor, waar behalve de bar en de herberg niks anders is, maar dan ook écht niks anders, spreekt Cáceres tot de verbeelding met z'n middeleeuwse straatjes die authentiek zijn gebleven. Rondom het Plaza Mayor vind ik op strompelafstand gezellige restaurantjes, zonnige terrasjes, supermarkten en voor mij van belang een dokter en een apotheek.

Uit voorzorg wil ik toch iemand naar mijn enkel laten kijken en ik word snel geholpen bij het Hospital Nuestra Señora de la Montagne. Er is niets kapot, mijn enkel is ontstoken en de enkelband wat uitgerekt door het wandelen over een onregelmatige ondergrond. Stenen, grind, blubber en graspollen eisen meer van je enkels dan asfalt, zeker met twaalf kilo op je rug, waardoor je continue je evenwicht moet bewaren. Ik krijg wat sterkers dan paracetamol en ibuprofen voorgeschreven en tape beide enkels in voor extra ondersteuning. Verder neem ik hier vier dagen rust. De dokter vraagt hoeveel kilometer ik nog wil wandelen. Ik durf het bijna niet te zeggen maar naar Santiago is het nog iets meer dan zevenhonderd kilometer en het restje laat ik maar even achterwegen. Hij kijkt me aan, ziet mijn vastberadenheid en wenst me buen camino.

Ik baal want ik ben gewoon super fit maar het is ook onverstandig om niet naar je lichaam te luisteren. Ook dit is de camino. No pain, no glory. Over zo'n lange afstand weet je nooit hoe je lichaam zich zal houden. Voel je pijn op plekken waar je het nog nooit gevoeld hebt. Kom je jezelf meer dan eens tegen. Loop je op karakter en wilskracht door, ook al word je regelmatig mentaal uitgedaagd. Opgeven of doorgaan. Ik geef zeker niet snel op maar weet ook dat ik na deze camino nog reizen moet begeleiden, dus kan het me ook niet permitteren alles stuk te lopen.

Ik heb goede hoop, omdat ik weet dat mijn lichaam er alles aan doet om te herstellen. Genezen doet het in rust en stilte en het moeilijkste voor mij is nu om het de tijd te gunnen die het nodig heeft. 

Na één week rust heeft de vastberadenheid inmiddels plaatsgemaakt voor acceptatie. Ook al gaat het beter, mijn enkel is nog steeds niet voldoende herstelt om verder te lopen, laat staan meerdere etappes achter elkaar te lopen en ik heb met pijn in mijn hart de camino losgelaten, althans voor nu, want ik kom zeker terug.

De picknick bankjes op het terras van de herberg in Valdesalor bleken niet de tussenstop te zijn die ik had gehoopt maar helaas het eindpunt van mijn Via de la Plata.

Tot snel.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.